HOUSTON (ANP) - De bestemming is bijna bereikt voor de nieuwe ruimtetelescoop James Webb. Ongeveer een maand na zijn lancering, met ongeveer 1,5 miljoen kilometer op de teller, komt hij maandag aan op zijn werkplek. Daar moet hij de komende jaren het heelal in beeld brengen. En als de missie over vele jaren voorbij is, blijft hij waarschijnlijk tot het einde der tijden in die omgeving rond de zon draaien.

Terwijl de nieuwe telescoop maandag door de ruimte zoeft, wil de vluchtleiding op aarde rond 20.00 uur Nederlandse tijd de motoren aanzetten. Daarmee moet de koers van de sonde veranderen. Zo kan hij worden 'geparkeerd' op een stabiele plek in de schaduw van de aarde. Hij verbruikt daar zo min mogelijk energie, heeft vrij zicht op het universum en kan eenvoudig beelden en metingen doorsturen.

De James Webb is de opvolger van de beroemde ruimtetelescoop Hubble. Die stamt uit 1990 en draait dus al bijna 32 jaar in een baan rond de aarde. Zijn einde nadert. Daarom hebben Europa, de Verenigde Staten en Canada de handen ineengeslagen voor de nieuwe sonde. Vanuit Nederland zijn onder meer de Universiteit Leiden en onderzoeksinstituut TNO bij het project betrokken.

Verre sterrenstelsels

De nieuwe ruimtetelescoop is ongeveer zo groot als een tennisbaan. De kern is een 6,5 meter grote spiegel, zes keer zo groot als die van de Hubble. Die spiegel werd twee weken geleden opengeklapt. Hij vangt het licht uit de ruimte op en kaatst dat naar een tweede spiegel, die het licht bundelt en naar de meetinstrumenten aan boord stuurt. De hoofdspiegel bestaat uit achttien zeshoeken die aan elkaar zitten, maar los van elkaar kunnen bewegen om scherp te stellen. De spiegel is gemaakt van beryllium, met daarbovenop een miniem laagje goud van 100 nanometer dik. Dat is duizend keer zo dun als een menselijke haar of een vel papier. Beryllium is licht, sterk en goed bestand tegen extreme kou. Goud zorgt ervoor dat de spiegel beter in staat is infrarood licht te zien.

De James Webb moet onder meer zoeken naar planeten waar misschien leven mogelijk is, verre sterrenstelsels en sporen van de oerknal. Hij kan een miljard jaar verder terug in de tijd kijken dan de Hubble. Doordat de James Webb zo ver weg staat, heeft hij geen last van de warmte van de zon. Op zijn werkplek is de temperatuur 233 graden onder nul. Dat maakt de metingen nauwkeuriger en betrouwbaarder. Het project kost in totaal ongeveer 8 miljard euro.

Aan de slag

Als de James Webb op zijn definitieve bestemming is, kan hij nog niet meteen aan de slag. Een van de meetinstrumenten aan boord moet worden gekoeld tot 266 graden onder nul. Dat duurt ongeveer een maand. Daarna duurt het een paar maanden om te testen of alles goed werkt. In de zomer kan de James Webb waarschijnlijk de eerste metingen verrichten.